Ouderlijke begeleiding

Bij de opvoeding van een kind komt erg veel kijken. Vrijwel niemand krijgt dan ook exact dezelfde opvoeding. Men verstaat daarom onder de term ‘opvoeding’: het proces van het promoten en ondersteunen van een kind van zijn fysieke, emotionele, sociale en intellectuele ontwikkeling. Dit overkoepeld de periode vanaf zijn geboorte tot aan haar/zijn 18e levensjaar.

Het ouderschap wordt voor het grootste gedeelte uitgevoerd door de biologische ouders van het desbetreffende kind. Andere familieleden dragen daarentegen eveneens voor een aanzienlijk deel bij aan de ontwikkeling van een kind, denk maar aan broers/broertjes en/of zussen/zusjes. Dit hoeft echter niet altijd zo te zijn: wanneer een kind geadopteerd is, staat de biologische familie vaak volledig buiten beschouwing. Vrienden spelen in de meeste gevallen vrijwel altijd een grote rol. Zelfs de overheid of vreemden kunnen invloed uitoefenen op de opvoeding van een kind.

Maar zoals eerder gezegd, de opvoeding van een kind is vrijwel nooit gelijk aan die van anderen. Er zijn namelijk diverse factoren die dit kunnen beïnvloeden, zoals de maatschappelijke klasse, de welvaart, de cultuur en het inkomen waarin het kind opgroeit. De maatschappelijke klasse bepaalt bijvoorbeeld in hoeverre en tot welke kansen en middelen een kind toegang zal hebben. Bovendien is de opvoeding in de afgelopen honderd jaar flink veranderd. Voorheen hielden voornamelijk de moeders zich bezig met de opvoeding van de kinderen. Tegenwoordig komt echter het fenomeen ‘de huisvader’ veel vaker voor. Volgens de ‘ouderlijke-investerings-theorie’ heeft dit veel impact: het zorgt voor verschillen en afwijkingen van stereotype voorkeuren bij mannen en vrouwen.

De opvoeding wordt ook op verschillende manieren uitgevoerd. Hiermee wordt bedoeld dat de algehele stemming die in een huishouden heerst, niet overal hetzelfde is. Volgens ontwikkelingspsycholoog Diana Baumrind zijn er vier manieren die het meeste voorkomen bij de ontwikkeling van een jong kind. Deze manieren van opvoeden omvatten voornamelijk de aanvaarding, omgang, controle en verwachtingen van ouders tegenover het kind.

Gezaghebbend opvoeden: Bij deze vorm van opvoeden wordt er niet licht of zwaar zowel gestraft als beloond door de ouders. De ouders hebben vaak een beter idee van hoe hun kind zich voelt en durven hier ook met haar of hem over te praten. Daarnaast ondersteunen de ouders hun kind in zekere mate in zijn eigen beslissingen zolang deze redelijk blijven. Verder geldt er vaak ‘voor wat, hoort wat’. Het kind krijgt dus niet alles wat hij of zij zou willen hebben maar wordt wel beloond als het kind wat terug doet voor de ouders. Deze methode blijkt de beste manier te zijn voor de mentale gezondheid van het kind.

Autoritair opvoeden: Bij deze vorm van opvoeden zijn de ouders erg streng en krijgt het kind weinig vrijheid in zijn keuzes. Er wordt veel van hem/haar verwacht maar mag geen eigen bijdrage leveren. Bovendien, wanneer het kind zijn ouders niet gehoorzaamt of voldoet aan hun verwachtingen volgen er vaak zware straffen. Hiermee zouden de ouders hun kind willen aanleren om in de toekomst niet weer dezelfde ‘fouten’ te begaan. Daarbij geven de ouders bij het uitdelen van hun straffen niet de reden aan waarom ze de straf geven. Deze manier van opvoeden komt met name voor in gezinnen van lagere maatschappelijke klasse. De gevolgen op de ontwikkelingen van een kind zijn een passieve houding, snel geïrriteerd en gevoeliger voor stress.

Toegeeflijk opvoeden: Bij gezinnen waar deze manier van opvoeden wordt gehanteerd (voornamelijk gezinnen van hoge maatschappelijke klasse), heeft het kind veel vrijheid en staat zijn autonomie hoog in het vaandel. Er worden door de ouders niet snel straffen uitgedeeld of regels opgelegd omdat er niet zoveel van het kind wordt verwacht. En het kind krijgt direct alles waar hij zijn ouders om vraagt. Uiteindelijk zijn kinderen die via deze methode worden opgevoed wel gelukkig maar erg impulsief in hun doen en laten.

Niet-betrokken opvoeden: Ouders die volgens deze manier hun kind opvoeden, zijn vaak emotioneel en in sommige gevallen zelfs fysiek afwezig. Ze verwachten niks van het kind en luisteren niet naar zijn of haar behoeften. Als ze al aanwezig zijn, verzorgen ze hun kind slechts in haar of zijn basisbehoeften. Hoe ouder het kind wordt en bewust wordt van de situatie, hoe groter het gat in de relatie tussen het ouder en het kind wordt.

Welke manier van opvoeden wordt gehanteerd door ouders van een kind is erg essentieel voor het kind. Een goede opvoeding draagt namelijk bij aan de ontwikkeling van het kind en de ouder-kindrelatie. Het zorgt dus voor een goede basis van een kind waar zij of hij later haar of zijn toekomst mee kan vormgeven. Wanneer een kind bijvoorbeeld gedreven is om te worden opgeleid tot een bepaalde functie, dan wordt dit gestimuleerd door eigen inbreng maar net zo goed door de steun die hij of zijn van zijn ouders krijgt.

Overigens gaat opvoeding niet alleen over de bijdrage van ouders binnenshuis maar ook over de bijdrage van ouders buitenshuis, zoals op basisscholen. Ouders doen daar vaak hun bijdrage door mee te helpen in het klaslokaal of bij buitenschoolse activiteiten. Verder kunnen ouders er ook voor kiezen om zich aan te sluiten bij de ouderraad of de deelnemingsraad. Uit de cijfers blijkt dat een er hoog percentage ouders is die zich vrijwillig aanbiedt voor eventuele ondersteuning van de school. Men verwacht echter dat dit niet altijd zo zal blijven. Er wordt namelijk verwacht dat steeds meer ouderen pas iets willen ondernemen indien zij er iets voor terug krijgen. Overigens maken ouders tegenwoordig steeds vaker gebruik van kinderdagverblijven en dus wordt hun hulp op school snel overbodig. Ook krijgen ouders steeds meer toegang tot informatie over de school en worden dus bewuster over de gang van zaken op de basisschool van hun kind. Hierdoor kan wantrouwen ontstaan en raken ouders eveneens geneigd om een professional in te schakelen bij problemen dan iemand van school of zelf oplossingen te zoeken. Maar over het algemeen zullen ouders bereid blijven hun bijdrage te blijven leveren, zolang ze maar op de juist manier worden benaderd.