Peuters leren om te spelen en mee te doen aan activiteiten

Spelen (met andere kinderen) is erg belangrijk aangezien het bijdraagt aan: de ontwikkeling van het brein, het zelfvertrouwen van een kind, het gevoel dat het kind geliefd en veilig is, verschillende vaardigheden van een kind, het leren te zorgen voor anderen en de omgeving en het ontwikkelen van fysieke vaardigheden. Er zijn twee verschillende soorten spelen te onderscheiden: ongestructureerd & gestructureerd spelen. De eerste soort, ongestructureerd spelen, is de beste vorm van spelen voor jonge kinderen. Het komt namelijk vaak vanzelf tot gang en wordt in gang gezet door bepaalde prikkels die u kind krijgt die zijn interesses wekken. U kunt hierbij denken aan: het maken van kleurplaten of het spelen van muziekspelletjes met anderen of alleen, spelen met dozen of kleden, opmaken of het ontdekken van nieuwe of favoriete speelplekken zoals parkjes, speeltuinen enzovoorts. Het is mogelijk als volwassene om mee te doen want het enige wat je vaak hoeft te doen is het kind wijzen op een blokkendoos of een pot krijtjes. Gestructureerd spelen daarentegen is georganiseerd en wordt vaak begeleid door een volwassene. Een paar voorbeelden zijn: zwemlessen, kringgesprekken in de bibliotheek, dans-, muziek- of dramalessen, gezelschapsspelletjes, kaartspellen of spellen die je buiten kunt doen zoals cricket.

Op het moment dat een kind zich begint te groeien, zal zijn of haar manier van spelen ook veranderen. Hij of zij zal bijvoorbeeld geïnteresseerd raken in meer of andere dingen. Daarnaast zal hij of zij ook actiever worden. Als ouder is het goed dat het kind dan de ruimte krijgt om nieuwe dingen te ontdekken. Ook zal een kind andere manieren van spelen gaan ontdekken zoals alleen spelen of spelen met andere kinderen. Voor pasgeborenen en baby’s is bijvoorbeeld een ander persoon al interessant genoeg om zich mee te vermaken. Het zien van een lach of het horen van een stem is vaak al genoeg. Door een baby vaak op haar buik te laten spelen, zullen zijn of haar hoofd, nek en lichaam spieren versterken.

Overigens, omdat een baby voor het overgrote deel van de tijd op zijn of haar rug ligt, zal zij of hij de wereld op deze manier ook eens vanuit een ander perspectief zien. Peuters raken vaak gefascineerd door speelgoed of geluid. Activiteiten die uitstekend zijn voor peuters, zijn bijvoorbeeld spelen met grote en lichte voorwerpen zoals strandballen. Hiermee kan een kind veilig rennen en kan het ook veilig op tillen of tegen aan duwen. Ook kan muziek of een springtouw een peuter uitdagen om te gaan springen, trappen of rennen. Hoepels, dozen of kussens zijn goed en veilig voor een peuter om op te klimmen, overheen te rollen of om erop te balanceren. Heuvels en tunnels kunnen daarentegen een peuter de gelegenheid geven om te gaan kruipen en de wereld te gaan ontdekken. Kinderen die naar de peuterschool gaan, halen vaak plezier uit het spelen met oude melkpakken, houten lepels of oude kleding.

Deze worden met name gebruikt bij het ongestructureerde spelen. Ook simpele puzzels of spelletjes zoals domino’s vinden jonge kinderen erg leuk en dragen eveneens bij aan hun geheugen en concentratie. Verder kan het spelen met klei en Playdough bijdragen aan een verbeterde fijne motoriek. Ballen en frisbees stimuleren daarentegen weer het trappen, gooien en rollen van een kind. Kinderen die al naar de basisschool gaan vinden buitenschoolse activiteiten zoals het spelen in een speeltuin of spelletjes zoals monopoly vaak het leukste om te doen. Ook zijn rijm spelletjes goed voor de ontwikkeling van de geletterdheid van een kind en kan het meehelpen in de keuken (afwegen, roeren of het serveren van voedsel) ook bijdragen aan het ontwikkelen van diverse vaardigheden.

Uiteindelijk maakt het niet uit hoe oud het kind is, spelen blijft altijd een belangrijk onderdeel van het dagelijks leven van een kind. Door te spelen leren peuters namelijk hoe ze moeten en kunnen bewegen. Wanneer ze namelijk groeien, ontdekken ze dat ze tot veel meer toe in staat zijn. Denk aan de overgang van kruipen naar lopen naar rennen. Hierbij hoort ook het zelfstandig lopen met of zonder speelgoed, het trappen tegen een bal, kruipend traplopen en achteruitlopen. Peuters leren op latere leeftijd door middel van spelen hoe ze hun fijne motoriek kunnen beheersen. Dit ervaren ze bijvoorbeeld bij het inkleuren van kleurplaten of het stapelen van blokken. Ook kunnen ze leren te balanceren op één voet, klimmen, bukken, sneller en beter rennen, recht op traplopen, fietsen op een driewieler en het gooien van een bal.

Naast het feit dat bewegen goed voor kinderen is, hebben ze het ook echt nodig. Voor kinderen tussen de 12 en 36 maanden wordt er aangeraden om dagelijks op z’n minst 30 minuten gestructureerd te spelen en minstens 60 minuten ongestructureerd te spelen. Daarbij is het de bedoeling dat kinderen niet langer dan één uur achter elkaar stilzitten. Slapen is hier uiteraard een uitzondering op.